Putten in 1749

 

In 1749 waren er 1870 inwoners in Putten met de volgende beroepen,
in dat jaar waren er 401 inwoners boven de 15 jaar, het totaal aantal inwoners was toen 1870,dit aantal bestond uit 137 gezinnen. De beroepsbevolking bestond uit 115 hoofden.
12 gezinshoofden waren armlastig en 10 gezinshoofden hadden geen beroep.
Er waren 14 boerenbedrijven en zo zijn er dan ook 24 gezinshoofden die zich als daghuurder verhuurden , dus er was toen absoluut geen sprake van een boerendorp , er was een keur aan beroepen voor zo’n klein dorp, buiten een shout , een ambtenaar , een predikant ,een koster
, een klokkenluider , een doodgraver , een schoolmeester , een vroedvrouw en kellenaaren enkele geestelijken van de Kelnarij. Verder had Putten 8 timmerlieden-bedrijven , 1 timmerman/houtkoper ,1 rietdekker , 2 kuipers , 3 smeden , 4 radmakers , ( 1 vrouw ) 5 wevers , 1 spinster , 4 kleermakers zonder winkel , 2 kleermakers met garniturenwinkel , 1 sajetwinkel , 1 stoffen/garen en lintwinkel , 1 textielwinkel , 1 stoffenwinkel , 1 molenaar , 2 bakkers , 2 bakkerie met winkel , 1 bakker en winkelier , 1 grutter , 1 chirurgijn met tabakswinkel , 6 schoenmakers , 1 schoenlapper , 1 schipper , 4 herbergiers , 1 winkel onbekend , 2 karmannen , 1 bosbewaarder , 1 jagersknecht , 1 imker , 1 huisbewaarster .